Logo Rijkswaterstaat - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Logo Rijkswaterstaat - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Toekomstverhaal: Opa geeft advies

De meerpalen liggen er eenzaam bij. Op de kade steken twee silhouetten, groot en klein, scherp af tegen de strakblauwe lucht. Het is warm voor februari. De zon prikt in Daisy’s bezwete nek.

‘Die stof is zo zacht, opa, echt heel gaaf, ze noemen het nanozijde. Het kost maar twee credits extra.’ Ze haakt haar arm in de zijne. ‘Opa, luister je eigenlijk wel?’

‘Natuurlijk, lieverd, even dit appje afmaken.’

Daisy zucht. Met zichtbare tegenzin rolt opa zijn iPhone op.

Hij kijkt over zijn schouder de kade af. Er ligt één Chinees schip. De gordijnen achter de betraliede ramen zijn dicht. Op de boeg is met een spuitbus ‘Chinaman, go home!’ geklad.

‘Wist je dat het hier vroeger helemaal vol lag met schepen? Toen ik hier liep met míjn opa? Ze kwamen hier van over de hele wereld. Toen hadden landen nog drukke havens. Waar de schepen vandaan kwamen, kon je zien aan de vlag die ze voerden.’

‘Echt? Maar waarom kwamen hier dan zoveel schepen?’

‘Nou, om goedkoop goeie spullen hierheen te brengen natuurlijk.’

Daisy’s gezicht betrekt. ‘Pfff… klinkt niet echt goedkoop om een schip naar de andere kant van de wereld te sturen om boodschappen te doen. We kunnen hier toch alles maken?’

Ze kijkt op naar haar opa maar hij lijkt haar niet te horen. Of wil hij haar niet horen?

Ze slaan de hoek van de werf om. ‘Moet je kijken!’ wijst opa. Aan het eind van de kade ligt een gehavende container, de inhoud half naar buiten gestroomd. Eromheen staan een man of tien, sommigen in overall, anderen strak in het pak. Daisy ziet ze omhoog wijzen naar de gebroken takel. Een aantal mannen kijkt verveeld toe over de reling van het containerschip. Geschokt kijkt Daisy naar het tafereel: ‘Ooohh, wat erg!’

‘Haha,’ zegt opa. ‘Die is goed stuk. Maar maak je geen zorgen, de kapitein – of eigenlijk de rederij – krijgt de schade heus wel vergoed. Kijk maar, de verzekeringslui zijn er al.’

‘Nee, opa, ik bedoel wat erg van die mooie spullen. Al die zeldzame dingen: voor niks gemaakt, voor niks vervoerd. Nu zijn ze stuk.’

Opa haalt zijn schouders op. ‘Volgende maand komt er wel weer een nieuwe lading.’ Hij gebaart Daisy om op veilige afstand te blijven staan. Samen kijken ze hoe de container weer overeind wordt gezet.

‘Jij en je vrienden zouden je brandneteloogst ook in het buitenland kunnen verkopen. Er zijn zat goedkope transportcontainers te huur. Daar zou je echt een aardig zakcentje mee kunnen verdienen. Dan kun je kopen wat je wilt. Veel meer keus dan met dat creditsysteem van jullie.’

Ze trekt bruusk haar schouders op, ongemakkelijk met de suggestie.

‘Waarom, opa? Ik wil gewoon een mooie jas voor mezelf. Als ik genoeg netelvezels bijdraag, mag ik een nieuwe bestellen. Precies op maat, ik ben al gescand. Ze kunnen zelfs m’n haarkleur matchen!’

Ze lacht: ‘En dan gevoerd met nanozijde!’