Logo Rijkswaterstaat - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Logo Rijkswaterstaat - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Toekomstverhaal: Kojo maakt het goed

‘Is jouw naam Kojo Assan?’ klinkt de nuchtere stem van de rechter.
Kojo knikt.
‘Ben je op 3 augustus 2037 geboren?’
Kojo knikt.
‘En je adres is Yaote Lane 7, in Accra, Ghana?’
Het is even stil. Kojo kijkt over zijn schouder zijn moeder aan. Hij weet dat ze vanmiddag nog een belangrijke afspraak heeft voor Ghana Telecom. Zou ze kwaad zijn? Of verdrietig? Hij kan haar niet lezen. Zijn vader buigt zich over Esi, zijn halfzusje, die in de wandelwagen in slaap is gevallen. Waarschijnlijk waren ze liever in hun hotel dan hier. Deze reis zal niet zomaar vergeten worden. Zijn moeder gebaart om gauw te antwoorden.
‘Yes, sir,’ zegt Kojo in het Engels terug.
Aan een tafel links van de rechter zit een man in toga. Terwijl de rechter de zaal toespreekt, kijkt deze man Kojo vriendelijk aan. Dan neemt hij het woord.
‘Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op 21 juli 2050 te Burgh-Haamstede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie hartschelpen en twee mantelschelpen, toebehorende aan het slachtoffer, De Meeuwenduinen.’


De woorden van de man dringen slecht tot hem door, maar aan de frons op het voorhoofd van zijn vader ziet hij dat het geen goed nieuws is.

De man in toga richt zich tot Kojo. ‘Je staat hier omdat je verdacht wordt van diefstal,’ zegt hij ernstig.

Diefstal… Het woord galmt door zijn hoofd. Diefstal? Hoe kan dat nou weer? Hij had toch niks gestolen? Radeloos kijkt hij zijn moeder aan. Hij herinnert zich haar advies: niks zeggen, tenzij je iets gevraagd wordt. Maar dit moet een misverstand zijn! Zoiets zou hij nooit doen. Voor even verliest hij de controle over zijn emoties.

‘Van wie heb ik gestolen dan!?’ roept hij met trillende stem. De vraag wordt beantwoord met een ongemakkelijke stilte.

Dan komt er een stem van rechts: ‘Van ons.’

Kojo kijkt opzij. De stem is van een vrouw. Ze heeft een linnen shirt aan, draagt sandalen en om haar nek hangt een Zeeuwse knop. Haar ogen zijn groen en ze heeft blond haar, met hier en daar wat grijs. Ze ziet eruit alsof ze veel zon gezien heeft.

Ze lacht vriendelijk. ‘Ik begrijp dat dit verwarrend is, ik zal het je wat beter uitleggen,’ zegt ze. ‘Ik ben de beschermer van De Meeuwenduinen. Sinds de ecologische crisis hebben we uit noodzaak nieuwe regels moeten maken. We hadden in die tijd ons land bijna uitgeput, en van de natuur was weinig meer over. Er moest echt wat gebeuren, maar onze overheid in Den Haag bleef maar praten en wikken en wegen; het schoot niet op. Daarom zijn we naar het Europese hof gegaan. Alle natuurreservaten in Nederland hebben nu dezelfde rechten als mensen. De Meeuwenduinen kunnen alleen niet zelf naar de rechtszaal komen en daarom hebben ze een beschermer nodig. Dat ben ik.’

Nu snapt hij het beter, maar nog niet helemaal. Hij heeft toch niks gestolen?

Alsof de man in toga zijn gedachten kan lezen, zegt hij: ‘We hebben hier het bewijs van de diefstal. Het zijn camerabeelden van het strand aan De Meeuwenduinen.’

Hij ziet een jongen over het strand scharrelen, op zoek naar schelpen. Die jongen is hij zelf. Hij weet wanneer het was, twee weken geleden. ’s Avonds, na het werk van zijn moeder, waren ze nog even gaan wandelen. Hij, zijn ouders en Esi waren via een paadje in de duinen op een schitterend strand uitgekomen. Het was heerlijk weer en er was niemand. Nu begrijpt hij waarom er niemand was. Het was een streng beschermd gebied.

Niet iedereen krijgt dezelfde warme gevoelens bij het zien van de beelden; als hij achterom kijkt, ziet hij een aantal mensen gechoqueerd toekijken. Voor wat voelt als eeuwen worden er woorden gewisseld tussen zijn moeder, de man in de toga, de blonde vrouw en de rechter.

Dan herinnert Kojo zich iets. Hij kijkt naar Esi, die nog steeds ligt te slapen in de wandelwagen. Om haar nek hangt een ketting met vijf prachtige schelpen. Een ketting die hij gisteren zelf voor haar heeft gemaakt met de schelpen die hij gevonden had in de duinen.

Terwijl de ouderen nog in gesprek zijn met elkaar, maakt hij voorzichtig, zonder Esi wakker te maken, de ketting los. Dan loopt hij met de ketting in zijn hand langzaam naar de blonde vrouw.

‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Ik wist niet dat ze van jou waren. Alsjeblieft, hier heb je ze terug.’